Over onze konijnen die ‘eitjes aan het leggen zijn’

We lopen even ergens tegenaan. Misschien dat jij kunt helpen.

Dat zit zo.

We hebben twee nieuwe konijnen: Flappie en Snuf.

Op de foto zie je Flappie. Je begrijpt waarschijnlijk wel waarom we hem deze naam hebben gegeven 😉

Nieuwe dieren betekenen een nieuwe ‘attractie’ bij De Helpende Handjes. En dit is er ook nog eens eentje die niet snel gaat vervelen, want de twee Vlaamse Reuzen hebben een megahoog aaibaarheidsgehalte.

En het is niet alleen crisis op de woonmarkt in Nederland, ook bij ons: de konijnen wonen tijdelijk in een oud leghok van de kippen. Dat zorgt voor wat verwarring …

‘We gaan kijken of er eitjes liggen’, zegt een van de kinderen, als we naar Flappie en Snuf lopen.

Heel geduldig hebben wij uitgelegd dat kippen inderdaad eieren leggen, net als onze eenden. En dat alle vogels dat doen. Maar: konijnen niet. Die leggen geen eieren.

Een vage blik in de ogen krijgen we als antwoord.

Volgende dag, hetzelfde meisje: ‘We gaan kijken of er eitjes liggen …’

En opnieuw hebben we uitgelegd hoe dat precies zit. Over de kippen, de eenden, vogels en konijnen … Zelfde verhaal. Met evenveel geduld. Wetend dat de kracht in de herhaling zit.

En inderdaad: nu krijgen we een begripvolle blik.

Top, ze heeft het begrepen.

Deze week.

Natuurlijk gaan we weer bij Flappie en Snuf op bezoek. Vaste prik. Met hetzelfde meisje ook weer dat er bij is. Deze keer slapen onze twee nieuwe vrienden nog. Tenminste, ze zitten heel rustig in hun hok.

Het meisje kijkt en zegt: ‘Ik denk dat ze nu eitjes aan het leggen zijn …’

Iemand een idee hoe we dit het beste uit kunnen leggen … 😉

Kinderen spotten een zebra in de tuin!

Te leuk soms zoals kinderen de wereld zien. Jaloersmakend mooi vaak ook. Want hoe heerlijk is het als je als kind, vol overtuiging, meent een zebra in de tuin te zien!

‘Kijk. Kijk. Een zeeeeeeebra!’

Dat riep een van de kinderen, de ogen groot van verbazing, toen ze door het raam naar buiten keek en in de verte inderdaad een zwartwit gestreept paard zag.

Ze holde naar de groep om de leidster te halen.

‘Kom. Kom. Een zeeeeebra!’

‘Wow, het lijkt wel een dierentuin hier’, antwoordde die, toen ze samen het dier bewonderden.

‘Ja, zeg dat wel!’

Ze holde weer terug naar de groep. Nu om de andere kinderen te halen, waarna het dringen was achter het raam, alsof we met zijn allen inderdaad in het park waren, met op afstand de dieren.

Hadden we dan echt een zebra in onze tuin staan?

Nee hoor ;-)

Maar ons paard Sara droeg een kleed over de rug: een zwartwit gestreept kleed. Van veraf had het er inderdaad de schijn van dat er een zebra in de wei stond.

Een van de kinderen zag het gelijk: ‘Dat is gewoon een paard’, antwoordde hij nuchter, zich verbazend over zo veel ophef bij zijn leeftijdsgenoten, waarna hij zich omdraaide en terug naar binnen liep.

De andere kinderen verwonderden zich nog even door. Over waarom het paard zich dan toch had verkleed? Het was geen carnaval, toch?

Heerlijk, die wereld van de kinderen.

Je kunt alles worden wat je wilt, zelfs als paard. Het enige wat je nodig hebt is verkleedspullen!

En natuurlijk zijn we ook even van dichtbij gaan kijken. Het was inderdaad geen zebra. Het was maar ‘gewoon’ Sara, het liefste paard van de hele wereld!

Loslaten is hen hun vrijheid gunnen …

Loslaten, het is als ouder misschien wel het lastigste wat er is.

Want de eerste keer dat er iemand op komt passen omdat jij naar een feestje gaat … Toch even wel een dingetje, toch?

Jullie eerste weekendje weg. Zonder jullie kindje. Een HEEL weekend!

De eerste keer naar het kinderdagverblijf. En dat je zoon of dochter dan een traantje laat. En jij misschien ook wel, als je hier wegrijdt …

Loslaten.

Dat blijft de rest van je leven een klein beetje ‘pijn’ doen.

De eerste keer naar school. De eerste keer logeren. De eerste keer alleen naar school. Hun eerste leugentje om bestwil. Hun eerste verkering.

Loslaten.

Omdat ze steeds meer hun eigen leven gaan leiden!

Wij zijn jullie kinderen nú al in dat loslaten aan het trainen, zodat ze daar later – als ze zelf ouder zijn – wat minder moeite mee hebben misschien.

De afgelopen weken hebben we van een vriendelijke vlinder wat eitjes gekregen. Elke dag even kijken natuurlijk. Want uit die eitjes komen rupsen. Als die wat groter zijn, gaan ze verpoppen (‘En nee, dat heeft niks met poppen te maken …’). En – hoe wonderlijk! – uit die cocon kruipt tenslotte een vlinder.

Razend interessant vonden de kinderen het.

Elke dag even kijken. Ze zijn van die rupsen gaan houden als hun eigen kindjes. Maar dan … komt toch het moment dat ze klaar zijn om uit te vliegen. Slik.

De vlinder op de vinger. En toe maar, geef ze maar een zetje mee. Ja, wij zouden het ook leuk vinden als ze hier zouden blijven wonen. Maar de vlinder wil door. Die wil zijn eigen leven leiden. Dus laat maar los.

Dag vlinder. Het ga je goed. Geniet van je leven. Geniet van je vrijheid. Blijf gezond. En kom gerust nog een keer op bezoek!

Wat een verrassing, Eegje was bij ons op bezoek!

Aan dieren geen gebrek op ons kinderdagverblijf. De paarden komen altijd gelopen voor een aai als we naar de speelboom lopen. Poes slaat alles liever van afstand gade. Jip en Janneke hebben het zelf te druk met spelen om zich om ons te bekommeren. En Mientje en Sientje reageren altijd wat knorrig. Maar goed, dat weten. Houden we rekening mee.

Afgelopen week gingen we met een aantal kinderen bij Tante Kip op bezoek. Altijd gezellig!

Maar wat schetst onze verbazing toen we de deur van haar leghok openden, ze had al bezoek: in de hoek van het hok zat de liefste egel die we ooit hadden gezien.

Gezond en dik, zoals dat hoort van een egel in de herfst. Klaar om een lange winterslaap in te stappen. En dan die heerlijke kraalvormige pretoogjes, die verraadden dat ze het prima naar haar zin had bij Tante Kip. En dat snappen we. Want Tante Kip is altijd erg gastvrij!

Het kon maar één egel zijn: Eegje Egel.

In het boek van Dick Bruna gaat Eegje de stad in om een wollen das te kopen. Maar eegje is niet aan verkeer gewend en wordt door een auto aangereden. Een aardige jongen biedt aan om voor haar te zorgen tot ze zich weer beter voelt.

Hoe vaak hadden we dit boek niet al voorgelezen aan de kinderen!

En nu was ze dus gewoon bij ons op het kinderdagverblijf in Erp. Wat een ontzettend leuke verrassing.

We hebben haar met zijn allen goed bestudeerd. En dat is maar goed ook. Want we hebben haar daarna niet meer teruggezien bij Tante Kip.

Gelukkig hebben we de foto’s nog. En het boek natuurlijk! Dag Eegje. Slaap lekker, waar je ook bent. En hopelijk tot een volgende keer.

Bertus is geboren en is een echt kinderdagverblijfdier

Vorig jaar schreven we al dat we voortaan ook koeien op het kinderdagverblijf hebben. Althans, in de wei 😉

We zijn een half jaar verder en we hebben weer heuglijk nieuws: Bertus is begin deze maand geboren. En hoe bijzonder: hij gedraagt zich nu al als een kinderdagverblijfdier. Komen we zo op terug.

Zie je hem op de foto? Schattig toch?!

En hij ziet er niet alleen schattig uit, hij is het ook: een schat van een stier! We zijn nu al allemaal verliefd op hem. Leidsters én kinderen!

En dan denk je: een stier. Dat is zo’n stoer, nukkig beest.

Niet dus.

Wist je bijvoorbeeld dat Bertus huppelt!?

Of huppelen? Het is meer dartelen. Als een lammetje. En misschien dat hij zich wel heeft laten inspireren door de lammetjes de wei. We weten het niet. Maar het is in ieder geval niet de ruige bink die je bij een stier voor ogen hebt.

Nog een voorbeeld:

Hij laat zich graag knuffelen. Daar passen we nog een beetje mee op, natuurlijk. Je weet nooit wat voor bokkensprongen (?) een stier gaat maken, maar hij hunkert naar onze aandacht en laat zich heel graag aaien!

En Bertus is dus een echt kinderdagverblijfdier?

Ja. Want moeders is gek op haar zoon. Ze speelt met hem, verzorgt hem, maar … pikt het niet als Bertus bij haar komt drinken. En dus mogen wij Bertus de fles geven!!!

En dat vinden we leuk!

Wij vermoeden dat de koeien bij ons hebben afgekeken en hebben gezien hoe graag onze kinderen de fles krijgen ;-)

‘Ach, wat maakt het uit dat het regent …’

Eindelijk … eindelijk … eindelijk is daar de zon vandaag gewoon weer.

We weten best dat het er allemaal bij hoort bij de winter: de kou, de wind, de regen. Maar zo veel regen!!! Zullen we eerlijk zijn? We werden er wel eens chagrijnig van.

Maar dan waren daar de kinderen, die totaal geen moeite hadden met het weer.

Regen? Ach, boeien! Dan trekken we toch gewoon onze laarzen en regenbroek aan. Hop en naar buiten.

En eenmaal daar, smolt ons chagrijn weer als sneeuw voor de … zon (we weten vandaag weer hoe die eruitziet!)

Zodra de kinderen buiten waren, renden ze naar alle bakjes in de tuin. En hoe leuk om te zien dat alle bakjes weer vol vers regenwater zitten.

Eerst worden dan alle volle bakjes verzameld.

Vervolgens wordt overlegd wat er mee gaat gebeuren. Gaan we weer van die heerlijke ‘regensoep’ maken? Beetje zand en gras erbij, wat steentjes. Even laten trekken. En je hebt een fantastische driesterrensoep.

Of zijn we in een melige bui en gaan we elkaar nat gooien?

Nog leuker: we gaan de leidsters nat gooien!

Iets minder leuk: we gaan voor de ramen van het kinderdagverblijf ;-)

Telkens als we dan weer terug naar binnen gaan en al die natte, verkleumde, maar vrolijke gezichten zien, denken we: ‘Ach, wat maakt het ook uit dat het regent?!’

Maar nu hij er vandaag weer is – eindelijk, eindelijk, eindelijk! – mag hij blijven. Nu stonden wij vanmorgen te (water)trappelen om als eerste naar buiten te gaan!

En gelukkig zeiden de kinderen niet: ‘Huh? Hoezo? Naar buiten? Het regent toch niet …?

Wat een heerlijk zonnetje!!! Heb jij hem ook zo gemist?

‘Komt Rooijakkers om 10.00 uur koffie drinken?’

Er is weer een verbouwing aan de gang bij de Helpende Handjes.

Niet van het kinderdagverblijf zelf, maar het woonhuis ernaast; waar onze moederkloek Saskia woont met haar gezin. Nu de kinderen van het kinderdagverblijf er allemaal zo mooi bij zitten, waren de eigen kinderen aan de beurt, vond zij.

Een verbouwing dus. En dat betekent: een komen en gaan van mensen.

Drie keer raden wie dat allemaal razend interessant vinden.

Inderdaad: álle kinderen!

Met de neuzen tegen de ramen.

‘Dat is een groot pakje’, klinkt het verbaasd als een van de bouwvakkers met de isolatie naar binnen loopt.

Van dat andere grote ‘pakje’, dat intussen al weer een paar weken op het terrein staat, weten ze ook al wat de bedoeling is. En zelfs de kleinsten spreken de naam ervan al moeiteloos uit: Dixi.

‘Hé, dat is Rooijakkers’, roept een van de kinderen.

Ach ja, dat kind. Die hebben laatst zelf ook het huis opgeknapt.

De installateur is duidelijk geen onbekende voor hem. Ook het dagritme van de installateur is bekend: ‘Komt Rooijakkers om 10.00 uur koffie drinken bij ons?’

Heb je zelf plannen om te gaan verbouwen?

Maak je kinderen gerust uitvoerder. Ze kennen het klappen van de zweep intussen en kunnen je waarschijnlijk ook vertellen aan wie je zo’n verbouwing met een gerust hart over kunt laten.

Alleen één kind hebben we moeten troosten.

Toen die een bouwvakker met helm op zag lopen, was hij ervan overtuigd dat het zijn vader was.

‘Papa!’, riep hij. ‘Papa!’

En papa is inderdaad bouwvakker, maar bij een ander bouwbedrijf. We hebben hem maar even binnen uitgenodigd, waarna de lach weer snel terug was op het gezicht van het kind. En: neus weer tegen de raam!

Mag Sinterklaas weer op de ramen?

Het is donderdag 2 januari. De eerste werkdag van het jaar. Tijd om uit de kerstroes te ontwaken en ons op te maken voor al het moois dat het nieuwe jaar ons hopelijk gaat brengen.

Tijd ook op die eerste dag om alles wat aan Kerst herinnert in het kinderdagverblijf op te ruimen. Zoals de tekeningen en knutselwerken op de raam.

Samen met de kinderen versieren we altijd de ramen in de sfeer van het jaar. In de herfst bijvoorbeeld tekenen we paddenstoelen, blaadjes en kabouters, daarna komt Sinterklaas met zijn cadeaus en daarna tuigen we de Kerstboom op de raam op.

De ramen van ons kinderdagverblijf zijn daarmee een soort van jaaragenda; vol tekeningen en knutselwerken.

Nadat we de ramen samen schoon hebben gemaakt, vragen we de kinderen wat we gaan tekenen en knutselen?

Er komen leuke ideeën, zoals sneeuwpoppen en vogelhuisjes. Helemaal in de tijd van het jaar.

Eén kind vindt het allemaal maar niks:

“Ik wil Sinterklaas op de ramen hebben”, zegt ze heel resoluut.

 We lachen even.

“Sinterklaas is net weg”, zeggen we. “Het duurt nog heeeeel lang voordat die weer naar Nederland komt. Heb je nog een ander idee?”

Niet dus. Sinterklaas moet en zal op de ramen komen.

Op het einde van de dag zijn de ramen weer versierd. Het is één groot winters tafereel geworden, maar schrik niet als ergens in dat landschap toch ook een figuur rondstruint met een mijter op zijn hoofd 😉

Wat is nu een kinderdagverblijf zonder koeien?

Toch? Dan heb je zo veel ruimte. Zo veel dieren. Zit je in een pand dat vroeger een dierenartsenpraktijk was, met een specialisme in vee. En dan ontbreken er: koeien! Dat heeft altijd wel ergens geknaagd, hoor.

Maar goed: bij het houden van koeien komt veel kijken. In de tijd dat we met ons kinderdagverblijf nog in Loosbroek zaten, honderd jaar geleden of zo, was manlief koeienboer. En als hij zegt dat het niet altijd even praktisch is om een paar koeien te houden, dan moet je dat geloven.

En toch – maar dat zei ik al hè – knaagde het.

Vorige maand was het dan eindelijk zo ver: koe Rian kwam logeren, gewoon om eens te proberen, en besloot om na haar logeerpartij bij ons te blijven. Zo erg naar haar zin had ze het hier. En die liefde was geheel wederzijds.

Wat schetst daarna onze verbazing?

Zo mooi vond ook onze ex-koeienboer het weer om een koe om huis te hebben dat drie dagen later Clara op de stoep stond. ‘Want één koe is ook maar zo weinig …’, had hij gezegd.

Rian en Clara dus!

De ‘boerderij’ is compleet.

En de kinderen op het kinderdagverblijf?

Die vinden het helemaal geweldig.

De koeien zelf moeten nog even wennen. Vooral Clara. Rian weet intussen dat we iets lekkers bij ons hebben als we naar het hek komen lopen. Die spurt vervolgens naar ons toe. Clara kijkt de koe nog even uit de boom, zoals het spreekwoord luidt 😉

Kortom, ons dierenteam is groter geworden. De anderen ken je, toch? Lees anders maar eens.

You are my best modder!

De meeste kinderen hebben na een dagje bij De Helpende Handjes wel een bad nodig. Dat is normaal gesproken al zo. Deze week was daar geen enkele twijfel over mogelijk.

Het was modderweek!

Zo leuk om te zien. Hoe sommige kinderen aarzelend hun handen in de modder steken, terwijl anderen geen schroom kennen en zich als een professionele mud runner in de modder storten.

Wat een lol.

En wat heerlijk om te zien: geen angst om vies te worden. Precies zoals het wat ons betreft hoort te zijn. Later, als ze groot zijn, dan komt dat wel: balen dat er een vlekje op je shirt zit, terwijl je net die afspraak in moet. Nu niet. Nu moet je kind zijn en je nergens druk over hoeven te maken.

En eenmaal klaar met spelen, liggen er gewoon schone kleren klaar. No worries dus.

Dat het deze week zo warm was, zorgde voor een leuk extraatje. Want Paul had de haspel uitgerold om de wei te sproeien. En laat de uiterste puntjes van die waterstralen nu net over de zandbak heen gaan …

‘Komt ie weer …’

De leidsters haasten zich uit de zandbak om het water te vermijden, maar de kinderen zijn niet voor niets kind en blijven zitten: armen open of de nek in de schouders gestoken. Laat maar komen, dat grondwater.

En dan gieren van de pret als het water de zandbak bereikt.

Wat een lol!

En wat zagen ze eruit …

We hebben alle ouders verteld dat een bad vandaag geen overbodige luxe is, maar ik denk dat de meeste ouders zelf die conclusie ook wel hadden getrokken 😉

Dankjewel, kinderen. Het was een superleuke modderweek. Volgende week hebben we weer een ander programma. Maar één geluk bij de Helpende Handjes: want ook dan mag je gewoon weer vies worden!