Bijna vakantietijd. En dus zijn de kinderen volop vakantieplannen aan het maken. Dat leidt tot heerlijke gesprekjes tussen de kinderen of tussen de kinderen en de pedagogische professionals, die hun plannen uiteraard ook delen.

Hoe superleuk is deze:

‘Waar ga jij heen op vakantie?’

‘Waar je met steentjes op het water kunt gooien …’

‘Is dat België? Frankrijk? Italië misschien? Of Oostenrijk?’

‘Ja, daar ga ik heen!’

Turkije is bij een van de kinderen in ieder geval uit de gratie geraakt. Want daar moet je met het vliegtuig naar toen. Dat vond dit kind niet leuk. Want: ‘Dan moet je stil zijn en stil zitten.’

Tja, dat hoeven ze bij ons inderdaad niet -)

Een ander kind weet al precies waar het heen gaat: naar Frankrijk. En hoe toevallig: ook een ander kind gaat naar Frankrijk. Goh, misschien komen ze elkaar daar wel tegen … Waarna er al druk wordt geoefend op hoe je elkaar goedendag zegt in het Frans: bonjour!

Omdat niet alle kinderen weten waar ze op vakantie gaan, oefenen we het goedendag zeggen direct maar in meerdere talen. In het Duits is het Guten Tag, in het Spaans is het Buenos Días en in het Thais – je kunt ze er maar vast op voorbereiden -) – is het Saswasdee.

Alleen is dat nog een beetje abstract. Thailand. Nooit van gehoord, zie je de kinderen denken.

‘Saswasdee dus’, herhaalt Anne. ‘Dat is Thais …’

Een van de kinderen probeert het te herhalen, denkt diep na, kijkt ernstig Anne even aan, waarna al snel haar gezicht opklaart. Zij heeft een makkelijkere variant gevonden, meent zij: ‘Hallo Thais!’